Lezing Johan Verspay

Door omstandigheden werd deze lezing verschoven van 24 februari naar
zondag 3 maart 2013 · 14.00 uur

Brabantse akkers; gezegend land
Creatief archeologisch onderzoek naar het gebruik en de beleving van de Oerlese akkers


Archeologisch onderzoek de Kerkakkers in Oerle in 2011 bron: DIACHRON

In zijn lezing zal Johan Verspay, momenteel projectleider voor middeleeuws en nieuwe tijds onderzoek in Zuid-Nederland bij Diachron UvA bv, zijn publiek meenemen naar de Kerkakkers in Oerle. Aan de hand van de bijzondere vondsten laat hij zien hoe akkercomplexen zelf ook waardevolle historische bronnen zijn én hoe we door middel van creatief archeologisch onderzoek een inkijkje kunnen krijgen in de belevingswereld van een Brabantse plattelands-gemeenschap in de vroege Nieuwe tijd (1550-1700).

Archeoloog Johan Verspay studeerde in 2007 af aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek naar het Brabantse platteland in de Late Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd. Dit onderzoek zet hij voort met projecten in Veldhoven, Best en Tilburg. Een van de speerpunten hierbinnen is het onderzoek naar de ontwikkelingen van het agrarisch cultuur-landschap. Hiervoor werkt hij momenteel aan nieuwe, innovatieve onderzoeksmethoden. Het eerste deel van dit onderzoek is onlangs verschenen in het boek De archeologie van de Brabantse akkers, waarvan hij co-auteur is. Zie hiervoor Archeologie Zilverackers onder het label Projecten.

Johan Verspay won onlangs de Grote Prijs der Nederlandse Veldarcheologie.
 

 

 

Verslag
Op deze goed bezochte lezing bracht de heer Verspay zijn toehoorders op de hoogte van de resultaten van zijn onderzoek naar de achtergrond van het vondstmateriaal in de Brabantse Akkers. Een onderzoek dat hier voor het eerst is toegepast en dat verrassende resultaten opleverde.

Explosieven en archeologie
Als voorbereiding op de bouwactiviteiten voor het project “Zilverackers” heeft de gemeente Veldhoven het plangebied Oerle-Zuid eind 2009 en begin 2010 laten onderzoeken op aanwezigheid van explosieven. Dit naar aanleiding van oorlogshandelingen in de periode 1940-1944.
Voor een aantal terreinen bleek het noodzakelijk deze af te graven en uit te zeven. Dergelijke werkzaamheden bedreigen het bodemarchief, zodat de gemeente Veldhoven besloot de werkzaamheden te laten uitvoeren onder archeologische begeleiding van, wat nu heet, Diachron UvA (Universiteit van Amsterdam).

Grote archeologische waarde
Dat het gebied “Zilverackers” grote archeologische waarde heeft blijkt uit de eerdere vondst van een akker uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, sporen uit de Middeleeuwen en een nederzetting uit de Merovingische Tijd. Op grond van vondstmateriaal wordt ook een vindplaats uit de Romeinse Tijd en het Mesolithicum en/of Neolithicum vermoed.

Overzicht van het gebied bron: DIACHRON
Voor slechts twee terreinen was archeologische begeleiding noodzakelijk: Een perceel in “De Kerkakkers” en een in “De Looker”. De schade aan het bodemarchief kon worden beperkt en er werden archeologische waarnemingen gedaan, o.a. een Merovingische nederzetting.

Onderzoek naar soorten vondsten
Maar de kans deed zich voor om onderzoek te doen naar de achtergronden van het vondstmateriaal in Brabantse Akkers. Doorgaans wordt dergelijk materiaal in akkerdekken gezien als afval of als verloren voorwerpen, die dus niets te maken hebben met de akkers zelf. Dit is echter nog nooit onderzocht. Dergelijk materiaal wordt ook vaak gevonden door detector-amateurs. Ook dan levert dat hooguit informatie op over de voorwerpen zelf.
Hier nu deed zich de mogelijkheid voor om de vondsten systematisch te onderzoeken. Dit houdt in:

  • archeologische kartering (wat wordt waar gevonden)
  • nadruk op non-ferro metalen (deze zijn herkenbaar en dateerbaar en er zijn geschikte indicatoren voorhanden om het als afval, verloren voorwerp of anderszins  te kwalificeren.

Perceel in “De Kerkakker”
De 5800 m2 van dit perceel werd verdeeld in 75 vakken en de vondsten werden per vak vastgelegd. In totaal werden 182 metalen voorwerpen gevonden, waarvan 153 van non-ferro metalen.
De voorwerpen werden onderverdeeld in de depositiegroepen afval, munten, kogels, verloren voorwerpen, devotionalia en een restgroep. Het vondstmateriaal kon worden gedateerd tussen ca.  1450 en 1700 AD.

Voorbeelden gevondenvan devotionalia en munten bron: DIACHRON

Statistiek
Met behulp van statistiek (Poissonverdeling) werd per depositiegroep bepaald of de gevonden verdeling van de voorwerpen over het perceel een willekeurige was of niet. Voor alle depositiegroepen gold een willekeurige verdeling behalve voor de munten . Voor de devotionalia waren te weinig vondsten voor een betrouwbaar statistisch onderzoek.
Er waren duidelijk concentraties van munten die bovendien een verschillende datering hadden. De devotionalia lijken ook dit patroon te volgen. Munten en mogelijk devotionalia lijken bewust begraven te zijn. Dit zou kunnen duiden op offers om een goede oogst of dank hiervoor en om kwade invloeden af te wenden. De akkers zouden het toneel kunnen zijn geweest van volksdevotie, die we later nog kenden in de vorm van processies.

Wat houdt een votiefpraktijk in:
• Eén praktijk met meerdere rituelen
• Religieuze rituelen met magische component
• Deze rituelen omvatten Zegening, Afweer en Bezwering
• Het is geen heimelijk heidens relict, maar oprecht eigentijds katholiek volksgebruik
• Een praktijk op individueel én gemeenschapsniveau
• Er is mogelijk sprake van een ‘ritme’

Perceel “De Looker”
Ook hier werd op dezelfde wijze onderzoek gedaan. In 1,8 ha akkerland werden 392 non-ferro voorwerpen gevonden. Op dit perceel werden vergelijkbare voorwerpen in dezelfde depositiegroepen gevonden in dezelfde verhoudingen. Alleen de verhoudingsgetallen van “afval” en “gevonden voorwerpen” waren verwisseld bij beide akkers.
De noordzijde van dit perceel is reeds lang als akkerland in gebruik, de zuidzijde was natter en is daardoor minder als akkerland in gebruik geweest. Dit zuidelijke deel is ooit afgegraven en opgevuld met “goede grond”, ook van het noordelijke deel van het perceel. De archeologische context was dus beschadigd, waardoor statistisch onderzoek voor alle depositiegroepen een willekeurige verdeling opleverde.

Samenvattend
• Vondstensembles lijken representatief
• Vondstensembles zijn afgezien van modetrends consistent
• Voorwerpen van "De Looker" maken deel uit van zelfde depositiepraktijk als materiaal van de Kerkakkers
• Resultaten "De Looker" bevestigen en versterken het beeld van een votiefpraktijk op het akkerland

 

Resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in:

Archeologische begeleiding van het OCE-onderzoek in plangebied "Zilverackers"
Gemeente Veldhoven, deelgebied Oerle-Zuid
Auteur: Johan Verspay
ISBN 978-90-78863-68-7
ISSN 1569-1411

 

Verdere publicaties over de archeolgie van de "Zilverackers" zijn:

Een inheems-Romeinse nederzetting in Oerle-Zuid (gemeente Veldhoven)
Definitief archeologisch onderzoek in plangebied "Zilverakkers" gemeente Veldhoven, deelgebied Oerle-Zuid
Auteur: Mieke Hissel e.a.
ISBN 978-90-78863-67-0
ISSN 1569-1411

De resultaten van het cultuurlandschapsonderzoek zijn gebundeld in:

De archeologie van de Brabantse akkers
Toegelicht aan de hand van het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam in Veldhoven
Een publicatie van het Amsterdams Archeologisch Centrum en Diachron UvA BV
Auteurs: F. Theuws, M. van der Heiden en J. Verspay
NUR 682
ISBN 978-90-78863-00-7
ISSN 1871-0387

Deze boeken zijn in te zien bij Zeelst Schrijft Geschiedenis op de hooizolder van museum Het Oude Slot en in de bibliootheek van Veldhoven.
 

De verzamelde data van het onderzoek, gericht op het agrarische landschap en dan met name de akkerdekken, kunt u hier bekijken.