De ontwikkeling van het handboogschieten

Op zondag 24 november a.s. is Thijs Kemmeren te gast bij heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis met een lezing over de ontwikkeling die het handboogschieten eind 19e, begin 20e eeuw doormaakte tot de wedstrijdsport die het nu is.

Vreugde Zij Ons Doel ( circa 1941)

De geschiedenis
In die tijd was handboogschieten ongekend populair, met name in Brabant. Zo waren er in Zeelst, toen nog een zelfstandige gemeente met circa 1250 inwoners, maar liefst vijf handboogschietverenigingen. Daarvan is er nu nog eentje over: Vreugde Zij Ons Doel (VZOD), opgericht in 1896. Dankzij deze populariteit slaagden Brabantse handboogschutters erin de wereldtop te bereiken. Zo bestond het Nederlandse handboogteam dat In 1920 een gouden medaille won tijdens de Olympische Spelen van Antwerpen voornamelijk uit schutters afkomstig uit Brabant.


Het Nederlandse handboogteam tijdens de Olympische Spelen van Antwerpen 1920

Wie deze gelouterde schutters waren en hoe het Brabantse handboogschieten kon uitgroeien tot dit succes zal Thijs Kemmeren deze middag uit de doeken doen. Daarbij zullen ook de plaatselijke ontwikkelingen en de maatschappelijke context aan bod komen. Zodoende is de lezing niet alleen interessant voor liefhebbers van de handboogsport, maar voor iedereen die een warme belangstelling heeft voor de Brabantse samenleving rond 1900.


Thijs Kemmeren

Wie is Thijs Kemmeren?
Thijs Kemmeren (1951) studeerde lichamelijke opvoeding aan de KALO Tilburg, geschiedenis MO A en B aan de Katholieke Hogeschool Tilburg en aan de Rijks Universiteit Utrecht, met als afstudeerrichting lokale en regionale geschiedenis.
Hij doceert de vakken 'Sport en de Sportwereld' en 'Citymarketing' aan de opleidingen SPECO (Sport, Economie en Communicatie) en JCU (Johan Cruyff University) van de Fontys Economische Hogeschool Tilburg. Daarnaast bereidt hij een proefschrift voor over de sociaal-maatschappelijke betekenis van sport in Tilburg in de periode 1844 -1940.

Verslag
De lezing van Thijs Kemmeren was gebaseerd op zijn promotieonderzoek, dat gaat over de sociaal-maatschappelijke betekenis van sport in Tilburg. Diverse sporten waren in opeenvolgende perioden belangrijk in de maatschappelijke ontwikkelingen. In de periode 1840 tot 1940 speelde de handboogsport een belangrijke rol.

In de 19e eeuw kwam de industrie op in Nederland, vooral in de stedelijke gebieden. Er trad een verschuiving op van werken in de landbouw naar werken in de industrie. Daarbij trokken mensen van het platteland naar de steden. De steden groeiden en de dorpen verloren inwoners. Ook Tilburg groeide snel door de opkomst van de textielnijverheid.
Zowel de arbeiders uit de omgeving als de specialisten, die vaak uit het westen van het land kwamen, gingen op zoek naar een nieuwe identiteit en sociale samenhang.
In het westen van Nederland was sport al geïntroduceerd onder in vloed van de contacten met Engeland. Sportachtig vermaak dat er altijd al geweest was werd gestandaardiseerd, er kwam behoefte aan organisatie en reglementering om wedstrijden te kunnen houden.


Wedstrijd op Het Loo was de aanzet tot reglementering van het handboogschieten

De specialisten uit het westen brachten de sportcultuur naar onze regio de oorspronkelijke bewoners van de regio waren bekend met allerlei sportachtig vermaak. Zo konden volkssporten ontstaan. Men heeft zich in Brabant afgezet tegen de Engelse sportcultuur. Dat is nog terug te zien aan de namen van sportverenigingen. Die zijn afkomstig uit het Latijn, het Frans of het Nederlands en maar zelden uit het Engels.
In de 17e en 18e eeuw speelden de schuttersgilden nog een belangrijke rol bij de handhaving van de openbare orde. In de 19e eeuw werden die taken overgenomen door een politieapparaat. De schuttersgilden gingen vaak over in handboogschietverenigingen.

De stedelijke elite in de steden was verenigd in sociëteiten zoals “De Unie” in Den Bosch en “De Philharmonie“ in Tilburg. In Den Bosch was prins Alexander de beschermheer, in Tilburg zijn vader koning Willen II. Je werd alleen lid van een sociëteit na voordracht en ballotage. Dergelijke sociëteiten hadden ook handboogschietverenigingen in de stijl van de oude gildes. Festiviteiten werden opgeluisterd met veel pracht en praal, tromgeroffel en soms zelfs kanonschoten. Zo werd het handboogschieten dé sportieve activiteit van de elite. Op andere sociale niveaus ontstonden in navolging ook dergelijke handboogschietverenigingen in koffiehuizen en herbergen. Alleen in Tilburg waren er al meer dan 30.


Koning Willem III als handboogschutter

In 1849 liet de nieuwe koning Willem III een handboogconcours houden op Het Loo in Apeldoorn om zijn lage populariteit wat op te vijzelen door de passie van zijn vader over te nemen. Onder de deelnemende verenigingen waren er velen uit Brabant. Er werd hem tijdens het afsluitende diner een  beschermheerschap aangeboden. Hij aanvaardde die spontaan ter plekke, zonder overleg met de regering wat volgens de nieuwe grondwet noodzakelijk was. Het volgende concours in 1851 heeft hij niet meer gesponsord, maar het koninklijk huis heeft tot ver in de twintigste eeuw medailles ter beschikking gesteld bij de vele concoursen die werden georganiseerd.
De handboogschieters weigerden in 1898 mee te doen aan een nationaal cadeau van de Nederlandse sport aan koningin Wilhelmina, omdat ze zelf iets wilden geven. Na bijna een halve eeuw voelden zij zich blijkbaar ontgroeid aan ‘de gewone sport’ vanwege de bijzondere relatie met de koning, maar uiteindelijk deden de handboogschutters toch mee.


Koninklijke Medailles bij handboogschietwedstrijden