Bezoek van familie van een Canadese onderduiker

Op 22 juli ontving Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis Jack Frame en zijn vrouw Judy uit Canada. Het contact met Jack en Judy is tot stand gekomen via Els Pauwels en Nele Buyst uit België. Zij stuurden Zeelst schrijft geschiedenis een mail met de vraag of het verhaal van Jim Frame hier bekend was. Els heeft in het verleden een stage gedaan in Canada en heeft toen in huis gewoond bij Jack en Judy Frame. Jack en Judy hadden na het overlijden van Jim informatie over zijn oorlogsjaren gevonden en wilden graag de plaatsen bezoeken die hij beschreef.

Jim Frame
Jack is een neef van Jim Frame, een Canadees bemanningslid van een pathfinder/bommenwerper, een toestel dat de doelen moest markeren en zelf ook bombardeerde. Op 25 mei 1944 werd het toestel, na een bombardement, door de Duitsers neergehaald. Het toestel kwam neer in Breehees een gehucht bij Goirle. Op de website van Goirle '40-'45 kunt u meer hierover vinden. 

Via allerlei schuiladressen en met behulp van het verzet in Oirschot, Vessem en Veldhoven kwam Jim in Zeelst terecht. Van 6 juni tot de bevrijding op 17 september 1944 heeft Jim samen met Joe Hooks, een bemanningslid van een ander vliegtuig, ondergedoken gezeten op Heuvel 10 in Zeelst. Via André Schats uit Veldhoven werden zij toevertrouwd aan Jan en Willy Tendijck, die op dit adres woonden. Jan was het hoofd van de ondergrondse voor Veldhoven. Op blz. 68 en 69 van het boek “Veldhoven-dorp in Oorlogstijd” is hier meer over te vinden. Uit Jim’s aantekeningen die zijn gepubliceerd in een Canadees tijdschrift en later in een boek blijkt ook dat hij samen met de ondergrondse actief was tijdens de bevrijdingsdagen.

Een foto van de twee onderduikers en hun helpers: boven vlnr Johan Pekelharing, Margreet (Maggie) Bazelmans, Willy en Jan Tendijck. Onder vlnr: Jim Frame, André Schats en Joe Hooks.

Het bezoek
Eerst werd de plaats van de crash bezocht in Breehees. Sjef Schellekens heeft van zijn broer Christ het relaas van het vallende vliegtuig vele malen gehoord en kan de locatie nog aanwijzen waar de Lancaster bommenwerper is neergestort en waar de motoren nog steeds in de grond zitten.


Sjef Schellekens beschrijft de baan van de neerstortende bommenwerper.

Aansluitend werd het museum “De Bewogen Jaren” in Hooge Mierde bezocht, waar brieven van Jim Frame aan de mensen van het verzet worden bewaard en waar ook de vluchtroutes van destijds zijn weergegeven. Ook stukken van de betreffende bommenwerper worden er bewaard. John Meulenbroeks raakte niet uitgepraat over het materiaal dat hij kon laten zien.


Jack Frame bekijkt een foto van zijn oom, die gemaakt is op zijn onderduikadres in Zeelst (zie boven).


John Meulenbroeks van "Museum De Bewogen Jaren" laat materiaal zien uit het archief van André Schats.

Daarna ging het bezoek naar Zeelst, naar Heuvel 10. Belangstelling was er vooral voor de zolder waar Jim zich samen met de andere Canadees schuil hield. Veel indruk maakte de hoogte van een raampje dat de enige ontsnappingsmogelijkheid vormde. Een keer hebben de Canadezen via dit raam moeten vluchten tijdens een razzia.


Het gezelschap verzamelt zich bij het huis Heuvel 10.

Foto vanaf dezelfde plaats, gemaakt in 1943. Het kraaiennest op de kerktoren is goed te zien.

Cees van der Leeuw toont de crashplaats en de vluchtroute aan Jack en Judy. Links Nele Buyst en Els Pauwels.

Judy huivert van de hoogte van het ontsnappingsraam op de zolder.

Velen wisten er van
Uit de verhalen na de oorlog is duidelijk geworden dat veel mensen in Zeelst op de hoogte waren van het verblijf van de Canadezen. Er werden opmerkingen gemaakt over het feit dat de onderduikers geregeld uit het raam op de eerste verdieping hingen en men vond dat Willy Tendijck daar beter op zou moeten letten. Het zegt wel iets over de saamhorigheid in het dorp dat het al die tijd goed is gegaan, letterlijk onder het oog van de Duitsers, die een kraaiennest hadden in de spits van de kerktoren, midden in het dorp.

Afsluiting
Tijdens een bezoek aan een van de vele caféterrassen in Zeelst bekende Jack Frame dat hij niet gedacht had nog zo geëmotioneerd te raken van dingen die al meer dan 70 jaar geleden zijn gebeurd. 
Ook vertelde hij en zijn vrouw Judy dat de Nederlanders de Engelsen, Amerikanen en Canadezen weliswaar als de helden zagen, maar dat Jim altijd zei dat de mensen, die hem hier hadden geholpen voor hem de grootste helden waren. Deze mensen riskeerden hun leven maar ook dat van hun gezinsleden door de onderduikers te helpen.

Judy en Jack ontspannen even na een enerverende middag en worden vervolgens geïnterviewd door het Eindhovens Dagblad. 

Wim Silverentand, voorzitter van Zeelst Schrijft Geschiedenis, spreekt onze Canadese gasten toe.

Jack en Judy wordt daarbij het boek "Veldhoven-dorp in Oorlogstijd" van de Stichting Veldhoven-dorp Historisch Bekeken aangeboden. In dit boek is aandacht besteed aan Jim Frame en Joe Hook.

Jack bedankt ons voor onze bijdrage aan deze dag en Judy geeft ons nog een aandenken aan Canada.

Een mogelijk vervolg
Wij hopen dat Jack en Judy ons nog kunnen helpen bij onze zoektocht naar de film die gemaakt is van het bezoek van de Canadese kardinaal Villeneuve in november 1944 aan Zeelst. Hij heeft toen een mis opgedragen in de Willibrorduskerk voor de vele Canadese militairen die toen hier nog waren. Onze pogingen om de film te achterhalen waren tot nu toe vruchteloos.

Een foto van het bezoek van Kardinaal Villeneuve aan de Canadese militairen, gemaakt voor de Willibrorduskerk in Zeelst. Nu de film nog.

Hoe verging het Jim na de oorlog?
In 1949 kreeg Jim alsnog "The Distinguished Flying Cross" (D.F.C.). Deze hoge militaire onderscheiding was hem al verleend op 23 mei 1944, zodat deze na zijn 45e en laatste vlucht boven vijandig gebied kon worden uitgereikt en hij naar Canada mocht teruggaan. In die laatste vlucht werd het vliegtuig neergeschoten, was Jim vervolgens drie maanden vermist was en ging hij meteen daarna terug naar Canada. Van een uitreiking niets meer gekomen en het is zelfs vergeten. Bij de uitreiking na al die tijd excuseerde de overheid zich hiervoor. 

Officiële foto bij de uitreiking van het Distinguished Flying Cross in 1949

Terug in Canada had Jim eerst enkele andere banen voordat hij buschauffeur werd in de omgeving van Vancouver. Hij bleef dat tot zijn pensioen op 65 jarige leeftijd (1984). Na zijn pensioneren ging hij terug naar zijn geboortestreek. Hij overleed in 2002 op 83-jarige leeftijd.

Gedachtenisprentje van James Henry Frame D.F.C. bij zijn overlijden. Jim mocht die letters achter zijn naam gebruiken als gedecoreerde.